Jaren geleden heb ik een klein boekje in handen gedrukt gekregen van Rainer Maria Rilke, waarin brieven van hem aan een jonge dichter gepubliceerd zijn. Prachtig, inspirerend klein manifest (zou ik bijna willen zeggen) voor de creatieve geest. Hun correspondentie vindt plaats vanaf 1903 tot 1908, maar het onderwerp van hun schrijven is van alle tijden en heeft mij destijds in de greep genomen. De woorden waarmee Rilke de jonge man motiveert en aanzet, maar tegelijkertijd aanspreekt op zijn verantwoordelijkheid als schrijver en de urgentie te blijven voelen en niet weg te lopen voor de eenzaamheid, zijn voor mij een aanklacht geweest. Hoe bedoel je, niet weglopen? Ik grijp alles aan om te mogen ontsnappen aan dat beklemmende, solitaire gevoel van buiten de maatschappij staan, geen connectie vinden, geen gezelschap hebben. En ik ben er een meester in geworden. Van stevig drinken en buiten mezelf treden tot daadwerkelijk fysiek mijn koffers pakken en er vandoor gaan. Op zoek naar iets anders dan mijn alleen zijn.

Rilke zou met opgetrokken wenkbrauwen de huidige maatschappij aanschouwen en verzuchten dat er geen ruimte meer over is voor het voelen. Naar binnen keren en de grootsheid van de leegte en zwaarte aanschouwen die je daar kan tegenkomen biedt een drijfveer, is een stuwende kracht. Samen met de jonge dichter verslind ik de zo prachtig geschreven en doorwrochte woorden van de man die het blijkbaar kon en er ook oprecht naar verlangde: eenzaam zijn. Hij weet dat voorbij die leegte en de acceptatie ervan, je pas kunt vastpakken wat diep van binnen huist en je misschien de woorden vindt die

hieraan recht doen of dit op andere wijze weet te verbeelden. Daar zit de kracht, de rijkdom, de reikwijdte, de intensiteit en puurheid. Daar waar slechts enkelen durven te gaan.

In de nadagen van de winter met vooruitzicht op de aankomende lente schieten de woorden van Rilke mij te binnen. Ik wandel langs het water, met de zon op mijn gezicht en de tranen blijven onophoudelijk over mijn wang stromen. In mijn hoofd zoek ik naar ontsnappingsmogelijkheden. Wie kan ik bellen? Waar zal ik heengaan? Als me niets goeds te binnen schiet, kan ik altijd dat wijntje nog inschenken en de wereld van de films en series betreden. Het zogenaamde gezelschap in de vorm van acteurs die hun best doen zich te verplaatsen in de bedachte wereld van een ander en daarmee regelmatig echt impact hebben op mij. Schrijnend hoe dichtbij en verwant ik me kan voelen met deze bedachte werkelijkheid. Maar goed. Vandaag kies ik daar dus even niet voor. Ik kies ervoor mijn leegte op te zoeken en de oneindigheid ervan af te tasten. Met een discipline die mij ongekend is verlaat ik mijn bed vroegtijdig om de straten van de nog wakker wordende stad te bewandelen en op mijzelf te zijn. En terwijl de tranen blijven stromen besef ik me dat niet het beste gezelschap deze leegte kan opheffen. Hij is terugkerend en daarmee onvermijdelijk. Er staat mij niets anders te doen dan deze te omarmen en te beschouwen als een goede vriend, misschien wel mijn beste vriend. In ieder geval degene die er altijd voor me zal zijn, op mij wachtend, totdat ik alle afleiding van me afgeschud heb en werkelijk bij hem wil zijn.

Eenzaamheid